loslaten, kunst, Gambia, radertje

Loslaten, een kunst?

Gambia

Vorige week waren we in Gambia.
We wilden naar de zon na zoveel zwarte sneeuw
(dat viel wel mee, maar ik vind de uitdrukking zo kloppend).

Het reisbureau raadde Gambia aan: veel zon, mooi land en niet zo duur.
Ja, en dat klopte.
Wat ook klopte: veel kapotte dingen aan de kant van de weg,
rotzooi,
arme mensen,
heel arm dus,
en heel veel oude eenzame westerse mannen
met jonge, prachtige Gambiaanse meisjes.

En oude vrouwen
(van mijn leeftijd)
met jonge mannen,
die mijn jongens konden zijn.

Verschrikkelijk. O, wat voelde ik me beroerd.

En het werd nog erger

En we gingen ook nog op excursie;
naar het slaveneiland.
Wij, Westerlingen hebben veel op onze kerfstok.

De gids vertrouwde ons toe: we kunnen wel vergeven, maar niet vergeten.

Gambia, loslaten, slavernij, vrijheid

Palmsap

Op een mooie dinsdagmorgen
besloten we met een locale taxidriver Gambia te verkennen.

Wat was dat prachtig.
We voeren langs de Mangrove bossen,
liepen over een voedselmarkt
en kwamen uiteindelijk bij een compound terecht.
Geen elektriciteit,
alleen een wel met water en lekkere palmsap
(niet gefermenteerd).

Happy!

Toen kregen we gesprekken.
Over mama’s die de belangrijkste mensen voor hen waren,
zij hadden hen gedragen en gevoed.
Hun ogen glansden.

‘Zijn jullie happy?’
Ja, dat waren ze.

En jullie hebben geen geld, geen spullen.
En jullie zijn happy?
Ja, ze waren happy,
ze hadden peace in hun hart.

Wij houden van alle mensen.
We maken geen verschil.

No problem

Christenen en moslims leven in vrede met elkaar,
ze mogen met elkaar trouwen.
No problem.

‘Denken jullie er wel eens aan, waar jullie over 5 jaar staan?’

Zie je me dat vragen?
Wij zitten op stoelen waar de leuning af is,
speciaal voor ons neergezet.
Zij zitten op een laag muurtje
en we hebben net getoost met een plastic glaasje palmsap.

Een plan?

Ze knikten. Ze namen onze vragen serieus. En wat denk je dan?
De ene knul was taxidriver,
de andere twee brachten hun dagen door
om toeristen
langs de mangrovebossen te roeien.

De vierde woonde op de compound 
zonder enige luxe.
Hij verbouwde zoete aardappels, cassave, jams.
En maakte palmsap,
en kroelde met de waakhond.

De taxidriver verwoordde het zo:
Weet je ‘God heeft een plan met ons leven.
Al voor onze geboorte.
En dat komt goed.
We maken wel plannen.
Maar we kunnen het loslaten.
Er gebeuren wel nare dingen.
Maar het komt goed.’

Loslaten

Jullie kunnen alles loslaten?
Ja, dat konden ze.
Alle vier.

Ze lachten luid,
klopten op onze schouders,
en zeiden: we love you,
you are good people.

Hotel

Toen gingen we weer terug naar ons hotel,
met airco,
icecream
en cabernet sauvignon

Centen

Zij gingen naar hun familie
om hun zuurverdiende
(welnee (?), relaxed verdiende) centen
naar hun thuisfront te brengen.

Gelatenheid? Murw? Vrijheid?

Is die gelatenheid in Gambia een gave?
Is het een belemmering?
Is het wel gelatenheid?
Is het murw?
Of zijn ze gewoon vrij.


Ik weet het niet.

We kunnen van ze leren

Ik denk dat we van ze kunnen leren.
Genoegen nemen met het nu.
Onze gedrevenheid mag wel wat minder.
Meer relaxed mag ook best wel.

Mij helpt het om te weten dat ik een radertje ben.
Ik verlang er wel naar te draaien.
Ik wil wel ‘gesmeerd’ worden.
En dan lekker lopen.

Ik wil niet blijven zitten.
Dat niet.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *