ik kom snel terug

Hij heeft zijn leven op de rit.

Hij stapt mijn coachingsruimte, de kroeg, binnen, gaat zitten op de bruine stoel, naast de houtkachel.

Ik zet koffie naast hem neer en voor ik begin met ‘Vertel!’, steekt hij van wal. Hij heeft zijn leven op de rit. God bestaat en soms niet.

Hij heeft een lieve vriendin en is ook graag alleen, héél graag, eigenlijk en vaak.

reflectief, schrijven, helend, kroeg,

Zingeving

Zijn twee jongens, in de twintig, geven hem reden om te bestaan.

Hém hebben ze niet echt meer nodig. Ze hebben een mooi bestaan opgebouwd. Vrienden, partner, werk, reizen, veel zelfvertrouwen.

Als ze langs komen, voelt hij zijn eigen tekortkoming, zijn schuld, zijn mislukt huwelijk, de verloren opvoeding.

Hij voelt het altijd, bij elk bezoek. Sorry, jongens.

Dat wel.

Zijn werk; hij verdient goed, veel verantwoordelijkheid. krijgt genoeg uitdaging, leuke collega’s.

Hij voelt er niet zo veel meer bij. Misschien geen voldoening? ’s Morgens bekruipt hem een zwaar gevoel, zodra hij het piepje van z’n mobiel hoort.

In de loop van de dag wordt dat wel minder.

’s Avonds op de bank komt het weer in alle heftigheid terug.

Het voluit genieten is voorbij. Was het er wel? Hij kan het zich niet meer zo goed herinneren. Hij gelooft van wel.

Pas, met die heftige storm, Hij stond er bij en hij keek ernaar. Meer niet.

Sex brengt hem niet meer in vervoering en de diepste muziek laat hem koud.

Een donker gevoel plopt steeds vaker op. Is dit het nou? Leef ik hiervoor?

Wat zal er straks op mijn grafsteen staan?

‘Hij was grijs en hij werd steeds grijzer. Wit was hij, toen hij stierf.’

Dat wil je toch niet? Je wil toch niet zo eindigen?

Heb ik verschil gemaakt

‘Ik wil iets, maar ik heb geen puf. Een andere mindset, dat zal ik wel nodig hebben. Begin er niet over hoor. Ik vind het allemaal wel best. Wel best? Nee, helemaal niet best. Waar leef ik voor? Heb ik iets gedaan om de wereld mooier te maken?

Heb ik verschil gemaakt? Ergens? Bij iemand? Het heeft haast. Hoor je me? Ik moet opschieten. Heel snel. Wil ik nog iets van mijn leven maken, dan moet dat snel gebeuren. Het leven is zó voorbij.

Een tia, en ik kan misschien wel minder mijn gedachten verwoorden. Ernstig ziek, en dan ben ik dáár mij bezig. Geen werk? Dat is het helemaal erg leeg.’

Hij gaat verder, of ik er niet bij ben.

Het heeft haast
Ik moet opschieten
zingeving

Afscheid

‘Geef mij maar een goed glas wijn, met een heerlijk stuk kaas, en nóg een glas wijn en nog een stuk kaas. Of: Geef me maar een stuk worst. Wat maakt het eigenlijk uit, dat vegetariër zijn, van mij: Een druppel op de gloeiende plaat.

Ja, dát is, wat ik gedaan heb in mijn leven: Druppels laten vallen op een gloeiende plaat.

Ik heb geen vraag voor je.  Ik wil ook geen oplossing. En… ik wil mijn leven zo niet eindigen. Het roer omgooien? Welk roer? En hoe? En, wil ik het wel?’

Hij buigt zich voorover. Ik zie zijn grijze krullen. Ik zie druppels vallen. Hij blijft even stil zitten. Ik ook. Hij pakt de mok met koffie, koud, nu. Drinkt het snel op.

Gaat staan, loopt naar de deur, zijn schouders een beetje naar voren.

Bij de deur draait hij zich om.

‘Bedankt voor het gesprek. Ik kom snel terug.’

Blijf op de hoogte

Vond je deze blog de moeite waard? Deel het met je vrienden

Gelukkigmetjewerk 2019 © All rights reserved